Barry had het helemaal gehad. Tierend ramde hij zijn verlaagde Ford op z'n staart, remde net te laat, gleed door de bocht en kwam slippend tot stilstand. Jarenlang dezelfde routine, dezelfde weg, dezelfde remweg, hadden zijn coordinatie perfect gemaakt: hij knalde het portier open en stond daarmee praktisch in de deuropening van Joey's. Tussen de pooltafel en een stel dartende bouwvakkers door struinde hijnaar de bar. Een hoofdwenk en een agressieve blik naar de betatoeerde vleesklomp achter de tap zorgde ervoor dat zijn pilsje in luttele seconden klaarstond.
Marinho was een jongen die zichzelf gelukkig maakte Bier, wiet, chicks, en uitlaten. Het was zaterdagmiddag, even voor vieren, hij was net wakker en verdeed zijn tijd met een spelletje 'Zap de neger' met zijn kat, die hij een een intellectueel-jolige bui 'Kauwer' had genoemd. Leuk voor op feestjes: 'Ja, dit is mijn kat, Kauwer'. Uit het niets ging zijn telefoon. De voor een half weekloon bij Jamba bestelde ringtoon van 'Hup Willem II stoere kerels' schalde door zijn woonwagen. Hij kroop over de bank en nam op. ..'Whue, hallowah?' "...." ..'Ahnéeman, je bent terug? Aárieléekst baas' "...." ..'Néeeman, dèsgoed! Hallee!' Hij knoopte zijn broek dicht, graaide zijn autosleutels van de bank en liep naar buiten.
..'Barry! Gekke Barry, ouwe pisnicht, hoe-ist-jonge!' "Bakkes, leipe parelhomo!" ..'Hee lul, moet je horen, áah, echt jonge, je raad het nooit. Weet je wie er zo langskomt? Nèèhè? Waar zat-ie nou òkalweer.. Ameland. Zo'n kuteiland aan zee!' "Wèh, Eugie?!" ..'Jáá mnan, die ouwe gek van een Eug! Hij's echt terug gek, hij komt zo hierheen!' "Zeg, Marinho. Heb jij misschien lange vloei bij?"